Belasting op het gemaal 1825-1828

Tot 1855 bestond er een belasting op het gemaal, waarmee bedoeld werd dat er voor elke zak graan die ter vermaling bij een molen werd aangeboden, een bepaald bedrag aan belasting (impost) moest worden betaald.

Wet van 12 juli 1821, houdende de grondslagen van het stelsel van 's Rijks belastingen, met den jare 1822: "De belasting op de tarwe, spelt en rogge, welke tot meel wordt gemalen, zal bedragen, van ieder mud tarwe f 1.40, spelt f 0.50 en rogge f 0.40.
De turksche tarwe en de gepelde spelt worden met tarwe, en de Egyptische rogge met rogge gelijk gesteld.
Van deze belasting zijn vrijgesteld, onder zoodanige verordeningen, als noodig zullen bevonden worden, de tarwe, spelt en rogge, welke gemalen zal worden voor de branderijen, brouwerijen en stijfselmakerijen, en tot mesting of voeding van het vee.
De belasting zal moeten worden betaald vóór dat het graan ter molen mag gebragt worden.
De molenaars zullen geene granen boven de, bij de speciale wet te bepalen kwantiteiten mogen malen, dan op een bewijs, afgegeven door den ontvanger, dat de belasting is betaald, of dat dezelve daarvan niet is verschuldigd".
 

Bewerkt door R. Trouw, 2006

Te downloaden:

Raadhuisplein 2, 3771 ER Barneveld, tel: 14 0342 (netnummer niet nodig), e-mail: info@barneveld.nl  -  Privacystatement - Proclaimer

Website daarom Barneveld