Vogelgriep

Als er vogelgriep uitbreekt, neemt de Rijksoverheid maatregelen om verspreiding van het virus te voorkomen. Bijvoorbeeld met een vervoersverbod van pluimvee.

Ophok- en afschermplicht

Het Ministerie van EZ heeft op 30 januari 2017 in een brief aan de Tweede Kamer gemeld dat de ophokplicht voorlopig in stand wordt gehouden. Reden hiervoor is dat deskundigen van mening zijn dat er nog steeds sprake is van een hoge virusdruk. In Nederland zijn gelukkig sinds Eerste Kerstdag geen nieuwe besmettingen vastgesteld op commerciële pluimveebedrijven. Wel zijn in de afgelopen periode op verschillende plaatsen besmette hobbydieren gevonden, recent in Bemmel en Medemblik.
In de ons omringende landen zijn nog wel regelmatig nieuwe uitbraken op commerciële bedrijven, o.a. in Duitsland, Frankrijk en Engeland. Omdat de risico’s op verspreiding en het krijgen van vogelgriep kleiner is als de kippen binnen zitten steunt de Nederlandse pluimveesector het door de staatssecretaris genomen besluit.

Lees meer vragen en antwoorden over de vogelgriep H5N8.

Voorkomen van besmetting vogelgriep

Vogelgriep kan via besmet pluimvee of transportmiddelen de Europese Unie (EU) binnenkomen. De EU heeft regelgeving om dit te voorkomen. Zo moeten veehouders en transporteurs van levende dieren hygiënische maatregelen nemen tegen vogelgriep.

De overheid controleert regelmatig gehouden pluimvee en vogels in het wild op antistoffen tegen het virus. Op deze manier is vogelgriep in een vroeg stadium te ontdekken. Verspreiding van het virus kan dan beperkt blijven ('early warning programma').

Pluimveehouders moeten vogelgriep melden

Pluimveehouders moeten goed letten op eventuele symptomen van vogelgriep bij hun pluimvee. Voor vogelgriep geldt een aangifteplicht. Pluimveehouders moeten de (verschijnselen van) vogelgriep melden bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

Verdenking van vogelgriep op een bedrijf

Zodra melding is gemaakt van een mogelijke besmetting, geldt een bedrijf als verdacht. De NVWA blokkeert dan het bedrijf. Dat wil zeggen: de veehouder mag geen dieren of dierlijke producten meer afvoeren van zijn bedrijf. Ook voorwerpen die drager van het virus kunnen zijn mogen niet van het bedrijf af. Zoals voertuigen, mest en strooisel.

De veehouder moet aan alle maatregelen meewerken. De NVWA neemt officiële monsters van de dieren. Deze monsters gaan voor onderzoek naar het Centraal Veterinair Instituut (CVI) in Lelystad. Dit onderzoek is nodig om de uitbraak te bevestigen of uit te sluiten.

Lees meer over de maatregelen bij verdenking van vogelgriep op de website van de NVWA.

Maatregelen bij besmetting

Als uit onderzoek blijkt dat er vogelgriep heerst op een bedrijf, start de Rijksoverheid met de bestrijding. De blokkade van het bedrijf blijft van kracht. De NVWA ruimt alle dieren die voor het virus gevoelig zijn. Ook stelt de NVWA een onderzoek in naar de herkomst. En naar mogelijke verspreiding van het virus. Het is van belang zo snel mogelijk de bron en de verspreidingsroute te achterhalen. Pas dan wordt duidelijk hoeveel meer bedrijven mogelijk besmet zijn.

Lees meer over de maatregelen bij besmetting van vogelgriep op de website van de NVWA.

Vervoersverbod tegen verspreiding vogelgriepvirus

De overheid kondigt een vervoersverbod af binnen een bepaalde zone rond het bedrijf. Dit moet verspreiding van het virus voorkomen. Binnen de zone is vervoer van bijvoorbeeld pluimvee, eieren en pluimveemest verboden. Het vervoersverbod geldt mogelijk ook voor andere dieren, zoals koeien en varkens.

Afschermplicht pluimvee

Binnen de ingestelde zone moeten pluimveehouders hun dieren afschermen (afschermplicht). Ze moeten ervoor zorgen dat hun pluimvee geen contact kan hebben met in het wild levende dieren. Of met ander gehouden pluimvee. Ook mogen ze geen contact hebben met uitwerpselen van andere vogels.

Melden van dode wilde vogels

Dode wilde vogels kunt u melden bij het Dutch Wildlife Health Centre: www.dwhc.nl/meldingsformulier, met uitzondering van de gevallen die hierna staan beschreven. U kunt bij DWHC géén melding doen van dode hobbykippen of hobbyvogels. In dat geval kunt u contact opnemen met uw dierenarts. De dierenarts kan zo nodig de dode dieren onderzoeken (kosten zijn voor uw rekening). Als de dierenarts het niet vertrouwt, kan de dierenarts een dierziektemelding doen bij de NVWA.

In een aantal gevallen doet u zelf een dierziektemelding bij de NVWA. Hieronder staat beschreven in welke gevallen.

Wanneer dierziektemelding bij NVWA?­

Vindt u drie of meer dode eenden, zwanen of ganzen of meer dan twintig andere vogels op één plek en is het een nieuwe vondst locatie?

  • Meld dit direct bij de NVWA als dierziektemelding: Landelijk meldpunt voor dierziekten: 045-54 63 188.
  • Het veterinair incidententeam van de NVWA neemt vervolgens contact op met u.
  • Afhankelijk van de vondst wordt de verdere procedure met u afgesproken, namelijk of de dieren voor destructie kunnen worden afgevoerd of dat er een aantal dieren door de NVWA voor bemonstering in onderzoek worden genomen.

Hebt u vragen over vogelgriep? Bel dan met de Afdeling infectieziekten van de VGGM (0800-8446000).

Raadhuisplein 2, 3771 ER Barneveld, T 14 0342 (netnummer niet nodig), E info@barneveld.nl  -  Privacystatement - Proclaimer - Cookies

Website daarom Barneveld